Sensatie

Sensatie

08/01/2021 0 By Sietse Fliegen

Formule 1, de sport die ons hier verbindt. De sport die ons allemaal in een fascinerende greep houdt. Als een spons absorberen we al het nieuws, en als dat nieuws er niet is dan gaan we er zelf naar op zoek en discussiëren we er lustig op los. Maar wat is dat, waar komt die fascinatie vandaan? Is het de snelheid, zijn het de briljante inhaalacties, is het de vooruitstrevende techniek die onze interesse wekt, of is het een combinatie van deze en meerdere factoren? De uiteindelijke reden zal voor eenieder van ons een andere zijn. Gelukkig maar ook. De verschillende zienswijzen dagen ons uit om out of the box te denken waardoor we in onze gezamenlijke gedachten nog vaak verbluffend dicht bij de waarheid komen. Logisch denkwerk van een paar bevlogen fans, er kan soms geen journalist tegenop!

Toch is ondergetekende ervan overtuigd, overigens geheel gebaseerd op een persoonlijke aanname, dat er nog een factor is die ons aan de buis of de circuithekken kluistert. Spanning! En nee, de spanning aan de kop van het veld is de afgelopen jaren helaas ver te zoeken. Mercedes is heer en meester en domineert de races en de kwalificaties. Nee, die spanning bedoel ik niet. Ik bedoel de spanning dat er op werkelijk ieder moment in iedere sessie iets sensationeels kan gebeuren! Je wil geen moment missen want voor je het weet stuitert een van de bolides op hoge snelheid van de baan. Wees eens eerlijk, een goed F1 weekend wordt een topweekend als we ook een spectaculaire crash hebben mogen zien toch?

Het is nog maar een paar decennia terug dat Formule 1 bolides werden omschreven als

“rijdende brandbommen” of “rijdende doodskisten”. Kwalificatiemotoren met enorme turbo’s die in de jaren 80 al door de 1.000PK grens heen gingen. Heel veel vermogen met daar tegenover weinig veiligheidsvoorzieningen zoals we deze nu kennen. HANS? Nooit van gehoord! Een Monocoque? Opstaande randen zijn niet aerodynamisch dus die slaan we over. Een Halo? Laat me niet lachen, Formule is voor kerels!

Met een simpele ‘’de dood rijdt altijd mee” werd een en ander afgedaan als een afgewogen beroepsrisico. Na het inktzwarte Italiaanse weekend op Imola leek het lek definitief boven. We werden verwend met mooie en spectaculaire crashes. We hebben miraculeuze momenten gezien, Alan McNish in de 130R, Mark Webber in Valencia, Fernando Alonso op Albert Park, brand in de pitsstraat en zo zijn er tal van momenten terug te halen. Als door een wonder allemaal met een afloop waar alleen de accountants van de teams meerdere maanden hoofdpijn aan overhielden. Was dat eerste weekend van mei in 1994 dan toch nog ergens goed voor geweest? Reed de dood dan eindelijk niet meer mee met de matadoren die ons de show op zaterdag en zondag voorschotelen?

17 jaar, 2 maanden en 2 dagen lang ging het goed. We leefden in de waan dat de Formule 1 zo veilig was geworden dat we geen rekening meer hoefden te houden met noodlottige crashes.

Totdat….; We schrijven 3 juli 2012, een mooie Engelse zomerdag. Een bijzondere dag voor de Formule 1, voor het eerst in jaren kroop er weer een dame achter het stuur van een de krachtigste machines op aarde. Maria de Villota maakt haar testdebuut voor het Marussia F1 Team. Een team dat met zeer beperkte middelen deelneemt aan het F1 kampioenschap. Verleidt, of beter gezegd misleidt, door de aankondiging van een budget cap springt dit dappere team in een Formule 1 avontuur. Het beloofde budget cap blijft echter uit, om de boekhouders wat meer lucht te geven mag Maria instappen voor een testsessie. Op een voormalig RAF vliegveld maakt ze haar eerste meters in de Formule 1. Een debuut in een officiële sessie zal uitblijven, haar eerste meters zullen later ook haar laatste meters blijken te zijn. De onervaren Maria heeft de anti stall functie van de Cosworth motor nodig en eindigt tegen een openstaande achterklep van dezelfde vrachtwagen die haar bolide naar Duxford heeft gebracht. De tragische samenloop van omstandigheden doorbreekt de veilige waan van de Formule 1. Toeval of niet, ruim twee jaar later in de herfst van 2014 wordt ditzelfde team wederom geconfronteerd met een dodelijk ongeluk. Op een baan die inmiddels ver voorbij “undriveable ” is glijdt Jules Bianchi onder dubbel geel van het asfalt. Het verdere verloop is ons allen helaas bekend, Jules verloor de oneerlijke strijd tussen een Formule 1 bolide en een bergingskraan.

29 novenber 2020, we zijn 4 bochten onderweg in Bahrain. In de achtergrond zijn we getuige van een enorme explosie! De camara draait weg, de wereld houdt haar adem in. Terwijl de wedstrijd geneutraliseerd wordt wil iedereen maar een ding weten; wat is daar gebeurt en met wie? Waar blijven de beelden? Waar blijft de coureur die een duimpje opsteekt? De minuut die voorbij gaat lijkt een eeuw te duren! Maar godzijdank, we krijgen beelden! We zien een gehavende Romain Grosjean, nog nooit zijn we zo blij geweest om Romain in beeld te krijgen. De Zwitserse Fransman, bezig aan zijn laatste races in de Formule 1, is even daarvoor met 53G dwars door een vangrail gegaan. In een alles op niets poging en op pure adrenaline is hij erin geslaagd om uit de tot wrak verworden Haas te klimmen. Bizar!

Romain bracht een halve minuut door in een vlammenzee maar wist na een impact van 53G zelf te ontsnappen. De schade? Eigenlijk geen noemenswaardige verwondingen in het licht van dit ongeluk bezien. Zouden we dan eindelijk op het punt zijn aangekomen dat we met Cameron Earl als allereerste en Jules Bianchi als allerlaatste inmiddels alle 49 dodelijke slachtoffers die de Formule 1 heeft voortgebracht kennen? Ik hoop meer dan van harte van wel. Een spectaculaire crash kan een Formule 1 weekend van een extra sensatiemoment voorzien. Ik kan ervan genieten maar als sensatie overgaat in levensgevaar dan maar geen sensatie… Wat denken jullie, zullen we in 2021 een andere vorm van sensatie gaan ervaren? Sensatie in de vorm van epische gevechten aan de kop van het veld en een bloedstollende strijd om de titel?

Like (5)