Column: Route barrée

Column: Route barrée

15/06/2021 0 By Sietse Fliegen

Duur! Er zijn eigenlijk maar weinig termen die dermate aan subjectiviteit onderhevig zijn als de term “duur”. Of, zo je wilt, de Nederlandse variant hiervan “te duur”. Na afgelopen weekend heb ik de proef eens op de som genomen, ik heb bewust geluisterd en bijgehouden hoe vaak ik de termen duur of te duur voorbij heb horen en zien komen. En dat is vaak, heel vaak. Als je dan toch proefondervindelijk bezig bent kan je je spelletje maar beter afmaken ook, en zo toetste ik daar waar mogelijk, ook de subjectiviteit van een en ander. Continu als iemand mij vertelde dat iets duur of te duur is antwoorde ik met de volgende tegenvraag; duur in vergelijking tot wie of wat? Het was een mooi spelletje, want veel verder dan een stamelend antwoord zonder enige concrete inhoud kwam mijn gesprekspartner niet. Dus tja, wat is duur?

Afgelopen weekend was ik in Detroit. Niet echt natuurlijk, maar gewoon via nummer 14 van Ziggo. In aanloop naar de triple header die voor de boeg staat was het Formule 1 circus een weekendje met reces, de honger naar racegeweld kon in Amerika echter prima gestild worden. Ik was getuige van het overzeese autosportspektakel in de vorm van de NTT Indycar Series. Hoewel ik een groot autosportliefhebber ben kon de Indycar mij eigenlijk nooit zo bekoren. Geen idee waarom, onbekend maakt waarschijnlijk onbemind in deze. Natuurlijk zijn de recente resultaten van onze landgenoot Rinus, VeeKay, van Kalmthout mij bekend, en dit was vermoedelijk dan ook de reden om er eens voor te gaan zitten. Mijn tuin hangt niet vol met oranje vlaggetjes, maar als er een Nederlander in de top meedoet dan is deze chauvinist getriggerd. En zo zag ik afgelopen zaterdag een fantastische race, een race die alles bood wat je in een race hoopt te zien! Veel inhaalacties, strategische keuzes, strategische blunders, pitstops, slechte pitstops, herstarts, ja dit zit in de Verenigde Staten gewoon netjes allemaal in één race verpakt. Kortom, spektakel dus!

Spektakel ja, maar was het ook goed? Ik denk dat we rustig kunnen vaststellen dat de Indycar series niet op het niveau van de Formule 1 opereert. Afgelopen zaterdag wist Marcus Ericsson de race te winnen. Marcus Ericsson is natuurlijk geen pannenkoek, maar in de Formule 1 was hij eigenlijk alleen tijdens zijn crashes een hoogvlieger. En zo zijn er nog wel een paar voormalig Formule 1 coureurs actief in deze serie. Max Chilton, Sebastian Bourdais, Takuma Sato, Juan Pablo Montoya en Romain Grosjean rijden hier bijvoorbeeld ook nog steeds hun rondjes. De genoemde namen zijn ofwel geflopt in de Formule 1 ofwel lekker hun carrière aan het afbouwen. Niets mis mee, en ze leveren een prima bijdrage aan het spektakel dat je wil zien. Het racen in Amerika wordt geassocieerd met ovals, hetgeen een vak apart is overigens. Een Indycar seizoen bestaat uit een mix van ovals en road courses. De ene oval is de andere oval niet maar het principe is overal gelijk. Vier bochten naar links. Bochten met een banking welteverstaan, en bovenaan de baan Safer barriers en beton. De roadcourses hebben meer bochten en je mag er zelfs ook nog af en toe rechtsaf. De Safer barriers en het beton tref je op deze tracks ook gewoon aan. En dan het oppervlakte van die tracks; doe even je ogen dicht en beeld je in dat je weer als vijfjarige op de achterbank van de gezinsbolide zit. De grote vakantie is net begonnen en met het hele gezin begint de reis naar het zonnige zuiden. Dan was er altijd dat ene moment waarop je Donald Duckie en je walkman met geweld uit je handen trilde. Juist, jullie waren zojuist België binnengereden. Nou, dat asfalt en dan 12 keer hobbeliger is precies wat een Indy road course te bieden heeft. De gladiatoren moeten zich overigens zonder stuurbekrachtiging een weg over de hobbels banen. Hetgeen ze doen met een bolide van zo’n 720 kilogram en een vermogen dat varieert van 550 tot zo’n 700 paardenkrachten. Dat laatste is afhankelijk van de turbodruk per circuit. De basis van al dit moois is een V6 met een inhoud van 2.200 cc. Geen hybride poespas, maar nog wel wat extra vermogen middels de push to pass boost. Is het dus ook goed? Jawel, het is best goed. Het is niet geavanceerd, het is geenszins verfijnd, maar het is best wel goed. Bovendien, voor de amusementswaarde lijkt dit ook niet bepaald een rol te spelen. Een renkoers met tien eersteklas renpaarden is niet spannender dan een renkoers met tien kreupele paarden. Een kreupel paard is overigens wel een stuk goedkoper dan een eersteklas raspaard. Hee! Daar is die weer; duur, te duur, goedkoper…

Rinus “Veekay” van Kalmthout

Kost dat dan? Dat valt nog reuze mee! Een jaartje rondsturen in een Indycar seizoen kost de teams zo’n 6 tot 10 miljoen dollar. Je krijgt dan gewoon hetzelfde Dallara chassis als alle andere teams en je moet even kiezen of er een Chevrolet of een Honda voor de aandrijving zorgt. Verder kan je de auto zelf afstellen maar hoef je deze niet door te ontwikkelen met een vleugeltje hier en een inkepinkje daar. De lucht stroomt bij iedere bolide op identieke wijze over de bloedverziekend hete cockpit. Uiteindelijk maakt dit van het kampioenschap op geen enkele wijze een constructeurskampioenschap. Is dat belangrijk? Noem mij het aantal constructeurskampioenschappen dat een Williams, een McLaren of een Ferrari in de Formule 1 gewonnen heeft, geen parate kennis toch? Geen schande. Maar kan je wel oplepelen hoeveel kampioenschappen bijvoorbeeld een Prost, Senna, Fangio, Schumacher, Vettel of Hamilton gewonnen hebben? Kijk, dat gaat al beter toch. Het constructeurskampioenschap is hiermee direct gedevalueerd tot niet relevant voor de hoeveelheid spektakel. In 2020 was Williams het Formule 1 team met de laagste begroting. Slechts 110 miljoen Euro kon de formatie uit Grove souperen. Dat is meer dan het totaalbudget van alle Indycar teams bij elkaar opgeteld. Uiteraard zijn de inkomsten voor de teams ook van een ander niveau, het enige wat dat mij als fan oplevert is een betaalmuur. Een betaalmuur waarover al druk gespeculeerd wordt, want wat moet dat allemaal wel weer niet gaan kosten. Zie je, daar heb je duur, te duur en goedkoop weer.

De Formule 1 is al een tijdje bezig met kostenbesparende maatregelen. Terecht! De Formule 1 is te duur. Te duur in vergelijking tot wie of wat dan? Te duur in vergelijking met het spektakel dat een Indycar series biedt voor een fractie van de kosten. Het is goed dat de FIA ingrijpt met een budget cap. Een budget cap waar tal van zaken buiten vallen en de teams nog steeds in de gelegenheid stelt om 140 miljoen per jaar te spenderen. Het komt niet uit mijn zak, en beter duur dan niet te koop is een prima stellingname. Echter, met een budget dat zeker 10 keer zo hoog is verwacht je dan wel minimaal hetzelfde spektakelniveau. De Formule 1 besluit echter anders en reist deze week af naar Frankrijk om een race af te werken op een circuit met oneindige uitloopstroken en een aangezicht waar je spontaan van gaat schuimbekken. De Formule 1 snapt helemaal niets van spektakel. De Grand Prix van Frankrijk wordt een draak van een wedstrijd, het wordt een ellenlange zit van start tot finish. Formule 1 op Paul Ricard staat voor alles wat autosport niet moet zijn, ik erger mij rood en blauw aan deze poging tot een circuit. Wanneer is er weer Indycar?

Like (3)